VOORLEZEN

Voorlezen
is belangrijk voor de taal- en emotionele ontwikkeling van een kind.

EN...... 
voorlezen is vooral leuk.





 
Hieronder enkele tips om van het voorlezen een feest te maken
Zoek een goed moment uit
Een goed moment is een rustig moment, waarin je niets anders hoeft te doen en je alle aandacht aan het voorlezen kunt schenken. Het kan ook het moment zijn waarop je je kind persoonlijke aandacht wilt geven, zoals 's avonds voor het slapen gaan of wanneer rust bevorderd moet worden bijv. als je kind heel druk heeft gespeeld.


Voorleesrituelen
Kinderen raken vertrouwd met allerlei rituelen: zo doen wij dat altijd! Ze voelen zich prettig als ze kunnen rekenen op het dagelijkse voorleesritueel. Lees voor op een vertrouwd moment of op een knusse plek met een knuffel of kussen erbij, en met zo weinig mogelijk kans op storingen. Voorleestijd is de tijd waarin u samen kunt kijken, luisteren, praten en lachen. 


Kies een goede plek
Dit is een plek waar weinig prikkels zijn, zoals rondrennende kinderen, een tv of radio die aanstaat, of uitnodigend speelgoed.


Kies een goed boek                                   
Waaraan moet een goed boek voldoen?
- Om dat vast te kunnen stellen kun je het boek het beste eerst zelf lezen. Ga
   daarbij na of de tekst gemakkelijk leest en goed in het gehoor ligt.
- Wat kinderen aanspreekt is een beeldrijke tekst. Ze kunnen zich dan goed een
   voorstelling van het verhaal maken.
- Kijk ook naar de emotie van het verhaal: is het boek spannend, droevig of juist
   grappig.
- Neem een onderwerp dat bij de belevingswereld van het kind past. Zo wil het
   ene kind een spannend piratenverhaal en het andere liever een boek over
   prinsen en prinsessen.
- Een boek kiezen valt soms niet mee. Kies bv een boek dat op dat moment past bij de 
   belevingswereld van uw kind. Denk eens aan de volgende situaties: misschien is er in het
   gezin een baby op komst, wordt uw kind zindelijk of leert het zelfstandig naar de wc te
   gaan.


Voordat je gaat lezen bekijk je met het kind uitgebreid de kaft en de titelpagina
Laat op dit moment vooral het kind aan het woord. Wat zie je allemaal? Waar gaat het boek over? Waarom denk je dat?


Vertel daarna zelf kort iets over het boek
Bijv. “Dit boek gaat over een piraat. De piraat zoekt een schat. Zullen we eens gaan kijken of de piraat de schat vindt?”

 
Tijdens het voorlezen
- Let op het rustig en duidelijk lezen.
- Maak gebruik van je stem zoals: variatie in toonhoogte en volume.
- Betrek het kind bij het verhaal: stel vragen die over de inhoud of de prenten
  gaan. Zoek aansluiting bij de interesse van het kind.
- Laat het kind meekijken in het boek, zeker als het een prentenboek is.
- Wanneer de aandacht verslapt, stop dan met lezen en ga op een ander tijdstip
   verder.
- Vraag tijdens het voorlezen aan uw kind hoe het verhaal verder zou kunnen gaan
   Door te vragen wat er allemaal kan gebeuren in het verhaal, leren kinderen ook beter om 
   naar oplossingen te zoeken .

- Kinderen houden  van herhaling; lees een favoriet boek dus gerust nog eens voor en
   nog eens.  Hetzelfde boek een paar keer voorlezen hoeft echt niet saai te zijn als u elke
   keer een ander onderwerp verzint om het na het voorlezen over te hebben: het thema, 
   de personages of hebben de kinderen zelf wel eens zoiets meegemaakt?

- Als het verhaal ten einde is roep dan niet “ Uit”. Beter is het om het verhaal kort
   samen te vatten, samen met het kind. Dat zorgt voor een rustige afsluiting.
- Wanneer er moeilijke woorden in het boek staan, worden deze in de context van het
   verhaal vaak wel duidelijk. Zo niet, dan kunt u het kind helpen om het nieuwe woord te
   leren door er een plaatje bij aan te wijzen, een voorbeeld te geven of een vervangend
   woord te gebruiken. Naderhand kunt u ook het moeilijke woord er weer bijhalen. Zo
   onthoudt uw kind het woord beter, dit helpt bij de ontwikkeling van het taalgebruik.

Veel leesplezier!